0578-620000

Lijfrenteverzekering

Afgesloten NA 01-01-2001

Wat is een lijfrente

Een lijfrente is een levensverzekering die een bepaalde periodieke uitkering tot gevolg heeft bij in leven zijn of overlijden van de verzekerde. Eenmaal ingegane lijfrenten kunnen zowel levenslang als tijdelijk zijn. De lijfrente dient recht te geven op vaste en gelijkmatige uitkeringen. De enige voorwaarde die aan de kwalificatie periodieke uitkering wordt gesteld is de aanwezigheid van een kans op overlijden van de verzekerde gedurende de looptijd (veelal minimaal 1% sterftekans).

Fiscale behandeling

De termijnen van lijfrente worden belast in box 1. De verzekeraar is inhoudingsplichtig voor loonbelasting, premieheffing en voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering.

Premie- of koopsombetalingen zijn aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen mits verzekerd wordt een:

  • Lijfrente ter compensatie van een pensioentekort. 
    Hieronder wordt verstaan
     - Oudedagslijfrente;
     - Tijdelijke oudedagslijfrente;
     - Nabestaandenlijfrente.

  • Lijfrente voor meerderjarige invalide (klein)kind.

  • Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Hieronder een overzicht van de onder 1 genoemde lijfrentevormen

 Naam Ingangsdatum  Eindatum/looptijd  Maximale uitkering 
Oudedagslijfrente Uiterlijk jaar waarin 70 jarige leeftijd wordt bereikt levenslang onbeperkt
Tijdelijke oudedagslijfrente Ook als het pensioen ingaat vóór 65 jaar mag vanaf 01-01-2006 de tijdelijke oudedagslijfrente ten vroegste ingaan in het jaar waarin de 65 jarige leeftijd wordt bereikt ten minste 5 jaar € 20.953 per jaar
Nabestaandenlijfrente Direct na overlijden van de verzekerde

Begunstigde is geen bloed- of aanverwannt (waaronder partner): 1% sterftekans

Bloedverwanten levenslang of 30 jarige leeftijd

onbeperkt
Overbruggingslijfrente
Vanaf 01-01-2006 alleen nog aan te
te kopen op basis
van overgangsrecht.
vrij In het jaar waarin de 65 jarige leeftijd wordt bereikt of waarin de pensioendatum ligt € 63.288 per jaar

 

Toegestane vormen lijfrenteBANKsparen

Een lijfrentespaarrekening is een spaarrekening op naam van een persoon. Het lijfrentebeleggingsrecht is een beleggingsrecht op naam van een persoon. Voor deze soorten van lijfrenten geldt niet de zogenoemde onzekerheidseis. De lijfrenten dienen wel recht te geven op vast en gelijkmatige uitkeringen. De termijnen van lijfrente worden belast in box 1. De bank en de beleggingsinstelling zijn inhoudingsplichtig voor loonbelasting, premieheffing en voor de inkomensafhandelijke bijdrage voor de zorgverzekering.
De bedragen die zijn overgemaakt naar een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht zijn aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen mits er sprake is van een lijfrente ter compensatie van een pensioentekort.  Hieronder wordt verstaan:

  • oudedagslijfrente;
  • tijdelijke oudedagslijfrente;
  • nabestaandenlijfrente.


  Naam Ingangsdatum
Einddatum/looptijd
Maximale uitkering
Oudedagslijfrente Uiterlijk jaar waarin 70-jarige leeftijd wordt bereikt
Ten minste 20 jaar vanaf de 65-jarige leeftijd. Indien jonger dan 65 ten minste 20 jaar vermeerderd met het aantal jaren dat men jonger is dan 65 jaar. Bij overlijden van de genieter gedurende de looptijd gaan de uitkeringen over op de erfgenamen. 
onbeperkt
Tijdelijke oudedagslijfrente
Ook als het pensioen ingaat vóór 65 jaar mag vanaf 01-01-2006 de tijdelijke oudedagslijfrente ten vroegste ingaan in het jaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt.
Looptijd ten minste 5 jaar. Bij overlijden van de genieter gedurende de looptijd gaan de uitkeringen over op de erfgenamen.
€ 20.953 per jaar.
  Nabestaandenlijfrente Direct na overlijden van de rekeninghouder.
Genieter is geen bloed- of aanverwant (waaronder de partner): tenminste 5 jaar. Indien genieter behoort tot bepaalde familie kring (o.a. kinderen, broers/zusters, ouders), moet de uitkering ten minste 20 jaar, of indien deze jonger is dan 30 jaar tenminste 5 jaar zijn, maar nooit meer dan het aantal jaren dat hij jonger is dan 30 jaar.
onbeperkt

 

Het systeem voor lijfrentepremieaftrek

De maximale aftrek aan lijfrentepremie voor een oudedags- en/ of nabestaandenvoorziening (lijfrente ter compensatie voor een pensioentekort) wordt per jaar bepaald volgens onderstaand systeem.

Jaarruimte

Te benutten door de belastingplichtige die bij aanvang van het kalenderjaar nog geen 65 jaar is. De jaarruimte 2012 wordt berekend met de gegevens van het voorafgaande jaar (2011)

Voor de berekening van de jaarruimte geldt de volgende formule:

 17% (IG – AF) – 7,5 A – F – BS

Voor de jaarruimte 2012 (tussen haakjes 2011) zijn de volgende gegevens nodig:

IG = Inkomensgrondslag 2012 bestaat uit de som van:

  • Winst uit onderneming vóór toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en vóór de ondernemersaftrek;
  • Het belastbare loon (inclusief bijtelling van de auto van de zaak);
  • Het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden;
  • De belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen.


    AF = De AOW-franchise 2012 is € 11.829  (2011: € 11.631)
    A = Pensioenaangroei 2011
    F = Dotatie aan de oudedagsreserve (FOR) 2011
    BS = Betaalde premies voor vrijwillige elementen in een pensioenregeling (in 2011) uit werknemersspaarregeling Let op:

Premiegrondslag (PG) is (IG-AF) en bedraagt maximaal € 162.457 (voor 2011 € 159.741).

Reserveringsruimte

Te benutten door de belastingplichtige die in de zeven jaar voorafgaande aan het kalenderjaar minder lijfrentepremies in aanmerking heeft genomen dan mogelijk was geweest op basis van de jaarruimte. Er moet rekening worden gehouden met eventueel reeds genoten lijfrenteaftrek.

Het nog in aftrek te brengen bedrag bedraagt maximaal 17% van de premiegrondslag met een maximum van € 6.989 (2011 € 6.872). Dit bedrag wordt verhoogd tot € 13.802 (2011: € 13.571) voor diegene die bij aanvang van het kalenderjaar 55 jaar of ouder is.

Ondernemerslijfrenten

Omzetting fiscale oudedagsreserve (FOR)

Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 12% van de winst aan de FOR doteren met een maximum van € 9.542 (2011 € 11.882). De belastingplichtige kan ervoor kiezen de oudedagsreserve (gedeeltelijk) om te zetten in een lijfrente bij een verzekeringsmaatschappij. Ook is het mogelijk om de dotatie aan de FOR direct onder te brengen in een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar. Uiteraard moet daadwerkelijk een koopsom aan de verzekeraar worden overgemaakt.

Omzetting stakingswinst

Een belastingplichtige die een onderneming geheel of gedeeltelijk staakt, kan de stakingswinst omzetten in een lijfrenteverzekering.

Maximaal bedrag lijfrenteaftrek

  • € 443.059 (€435.652) bij overdrachten door ondernemers van 60 jaar of ouder, overdrachten door invalide ondernemers, het staken van de onderneming door overlijden.
  • € 221.537 (€ 217.833) bij overdrachten door ondernemers van 50 tot 60 jaar, overdrachten door ondernemers waarbij de lijfrenteuitkeringen direct ingaan.
  • € 110.774 (€ 108.922) in overige situaties.

Deze maximale lijfrenteaftrek wordt verminderd met:

  • de waarde van aanspraken uit beroepspensioenregelingen en aanspraken IOAZ;
  • de waarde van aanspraken op bedrijfsbeëindigingvergoeding;
  • het bedrag oudedagsreserve aan het begin van het jaar, vermeerderd met bedragen die eerder op het inkomen in mindering zijn gebracht wegens omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente;
  • bedragen die eerder als basisruimte, jaarruimte of reserveringsruimte in aanmerking zijn genomen;
  • bedragen die reeds eerder bij staking zijn afgetrokken;
  • bedragen die eerder als 2e, 3e of 4e tranche volgens de Wet IB 1964 in aanmerking zijn genomen.

Box 1/box 3 splitsingproblematiek verleden tijd

Met de introductie van de Wet IB 2001 is bepaald dat de termijnen van lijfrentes alleen belastbaar zijn in box 1 als de daarvoor betaalde premies als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen. Zijn premies niet in aftrek gebracht, dan maakte de lijfrenteaanspraak naar evenredigheid deel uit van box 3. Verzekeringnemers hadden daarvoor de keuze om de premie voor een lijfrente geheel of gedeeltelijk in box 1 of box 3 te verantwoorden. Er was dus sprake van een keuzemogelijkheid. De splitsing kan ook ontstaan zijn door een vergissing van de verzekeringnemer. In de praktijk leverde de uitsplitsing van de uitkering naar box 1en box 3 veel administratieve problemen op.

Box 1: vorm is bepalend

Vanaf 2009 geldt dat bij lijfrentes nieuw regime de vormgeving van een polis bepaalt of een polis in box 1 valt. Als een polis voldoet aan de eisen die de Wet IB 2001 aan een lijfrente stelt, dan valt de volledige polis in box 1. Het uitgangspunt in de wet is dat de premie volledig in aftrek is of wordt gebracht. De bestaande keuzemogelijkheid om een premie niet of niet geheel af te trekken (en daarmee een box 3-deel te creëren) is daarmee met ingang van 1 januari 2009 vervallen. De box 1 behandeling wordt ingevoerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001.

Invoering van de beperkte saldomethode

Als de niet-afgetrokken premie voor een als box 1 opgemaakt lijfrentecontract niet meer bedraagt dan € 2.269 per jaar per belastingplichtige, is de saldomethode van toepassing. Dit houdt in dat de uitkeringen pas worden belast vanaf het moment dat een hoger bedrag wordt uitgekeerd dan in totaal aan premies is betaald.

Overgangsmaatregel voor niet-afgetrokken premies over de periode 2001 tot en met 2009

Voor belastingplichtigen die in de periode 2001 tot en met 2009 niet-afgetrokken premies hebben betaald, is de saldomethode onbeperkt van toepassing. Met andere woorden: de grens van € 2.269 per jaar per belastingplichtige geldt hier niet.

Afkoop kleine lijfrentes

Op 1 januari 2009 is voor kleine lijfrentekapitalen een afkoopmogelijkheid geintroduceerd. Hierbij gaat het vaak om premievrij gemaakte lijfrenteverzekeringen met een relatief beperkte waarde. Het is mogelijk om lijfrentecontracten zonder resvisierente af te kopen als de waarde niet meer bedraagt dan € 4.242 (2011: € 4.171). Over de afkoopsom is uiteraard wel inkomstenbelasting verschuldigd. Lopen er meerdere kleine polissen bij één verzekeraar, dan moeten deze eerst worden samengevoegd om te beoordelen of de regeling van toepassing is.

 

Voorbeeld lijfrente aftrekberekening

 

VOOR INFORMATIE OVER LIJFRENTEVERZEKERINGEN VAN VÓÓR 01-01-2001 KLIK HIER

 

Bel mij voor meer info