Gouden Handdruk
Uitkering ineens of een stamrecht
Een ontslagvergoeding, ook wel gouden handdruk genoemd, kan ineens worden genoten en vormt dan belastbaar inkomen. Als alternatief kan een recht op periodieke uitkeringen worden verzekerd. Dan is niet de uitkering van de werkgever belast maar zijn de periodieke termijnen uit de verzekering belast. Als besteding van de gouden handdruk zijn er twee verzekeringsmogelijkheden voor de aanspraak op periodieke uitkeringen:
- Een dadelijk ingaande periodieke uitkering (zuiver
stamrecht);
- Een zogenaamd ‘gericht stamrecht’: uitstel van de periodieke uitkeringen via een garantieverzekering of een beleggingsverzekering. De periodieke uitkering is in dit geval uitgesteld via een kapitaalverzekering met een zogenaamde stamrechtclausule. Dit is een uitgestelde periodieke uitkering op het leven van een vooraf aangewezen verzekerde, namelijk de werknemer. De omvang van de termijnen wordt vastgesteld op de ingangsdatum van de periodieke uitkering aan de hand van het per die datum ter beschikking komende kapitaal. De op de ingangsdatum van de periodieke uitkering aan te kopen termijnen mogen weer iedere vorm hebben. Dus een dadelijk ingaande of een uitgestelde, al dan niet tijdelijke periodieke uitkering rekening houdend met 1% sterftekans. De uiterste ingangsdatum van de termijnen is het jaar waarin de werknemer 65 wordt. De verzekeraar is inhoudingsplichtig voor loonbelasting, premieheffing en voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering bij uitkeringen, ongeacht in welke vorm die uitkeringen plaatsvinden.
Kring van begunstigden voor het stamrecht
De kring van begunstigden is beperkt. Begunstigde voor de uitkering bij leven is de ex-werknemer. De begunstigde(n) voor de uitkering bij overlijden van de verzekerde zijn achtereenvolgens:
- De weduwe/weduwnaar/geregistreerd partner van de verzekerde;
- De op de polis met naam en geboortedatum aangetekende begunstigde voor zover deze de gewezen echtgenoot/ geregistreerd partner van de verzekerde is en/of degene is met wie de verzekerde duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat;
- De eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen van de verzekerde die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.
Stamrecht mag niet lijken op regeling voor vervroegde uittreding
Wanneer het dienstverband na 01-01-2006 is beëindigd kan de
Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat sprake is van een
regeling voor vervroegde uittreding (RVU). In dat geval is niet
alleen de uitkering uit het stamrecht belast, maar is de werkgever
ook 26% loonbelasting (eindheffing) verschuldigd over de
ontslagvergoeding. Er is sprake van een vervroegde uittreding
indien de ontslaguitkering bedoeld is om eerder te stoppen met
werken. Dit wordt getoetst op het moment dat het stamrecht wordt
toegekend. Op het moment dat de uitkeringen ingaan, hoeft er geen
toetsing plaats te vinden. Om te toetsen of er sprake is van een
RVU, dient de werkgever de zogenaamde kwalitatieve of de
kwantitatieve toetsen toe te passen. Meest logisch is om eerst de
kwalitatieve toets toe te passen. Slechts als de kwalitatieve toets
geen of onvoldoende uitsluitsel biedt, kan via de kwantitatieve
toets wellicht nog blijken dat geen sprake is van een RVU.
1. Kwalitatieve toets
Op basis van deze toets is er geen sprake van een RVU in geval
van: - interne reorganisatie indien daarbij geen aanvullende
regeling voor oudere werknemers is getroffen en de ontslagen
werknemers een afspiegeling van het personeelsbestand zijn, of -
bij individueel ontslag indien dit niet leeftijdsgerelateerd is.
2. Kwantitatieve toets
Hier wordt de omvang van de ontslagvergoeding in relatie tot de
leeftijd getoetst. Er is geen sprake van een RVU als: - er wordt
voldaan aan de 55-jaar toets: hiertoe moet actuarieel berekend
worden of een direct ingaande gelijkblijvende uitkering, eindigend
op de dag voordat de werknemer 55 wordt, per jaar minder is dan
100% van het laatstverdiende loon, of - er wordt voldaan aan de 70%
toets, dit betekent dat actuarieel berekend moet worden of de
jaarlijkse uitkeringen van de ontslagdatum tot twee jaar voor de
pensioendatum (uiterlijk 65 jaar) minder bedragen dan 70% van het
laatstgenoten loon. Bij de berekening van de jaarlijkse uitkering
dient naast het stamrecht ook rekening te worden gehouden met
andere uitkeringen uit de betreffende dienstbetrekking en de WW,
ZW, WAO/ WIA, VUT en levensloop.
Revisierente
Bij oneigenlijke handelingen met een gouden handdruk verzekering is revisierente verschuldigd. De revisierente bedraagt 20% van de waarde van de aanspraak en wordt onder andere verschuldigd als de verzekering:
- Afgekocht wordt: Bij een gedeeltelijke afkoop wordt de gehele waarde van de verzekering als afkoopsom in box 1 belast. De revisierente zal in dat geval over de gehele afkoopsom verschuldigd zijn.
- Niet meer aan de voorwaarden voldoet, die golden op het moment dat de periodieke uitkering toegekend werd. Bij een gouden handdruk verzekering die na 01-01-1995 tot stand gekomen is, is dat bijvoorbeeld het geval als er een begunstigde op de polis opgenomen wordt, die niet behoort tot de kring van de gerechtigden.
- Vervreemd wordt, tenzij deze vervreemding plaatsvindt in het kader van echtscheiding of beëindiging van de samenleving.
- De revisierente bedraagt 20%, maar kan onder bepaalde omstandigheden verlaagd worden. Indien een verzekeringnemer de wens heeft om de verzekering af te kopen, kan revisierente voorkomen worden door een tijdelijke periodieke uitkering te bedingen met een sterftekans van minimaal 1%. Op deze manier kan de klant veelal op relatief korte termijn beschikken over de waarde van de verzekering.


